Hengelosestraat 585
7521 AG Enschede
T (053) 484 98 50
F (053) 484 98 54
E info@vmo.nl
Leren en Werken
De maaksector neemt een bijzondere plaats in in de Twentse arbeidsmarkt.
De industrie (met name metalectro, kunststof en voedingssector) levert in Twente een groot aandeel in de werkgelegenheid. Meer dan 27% van de beroepsbevolking is werkzaam in Industrie en Nijverheid, ten opzichte van een landelijk gemiddelde van 20%. Industrie en Nijverheid zijn stuwende bedrijfstakken in Twente en leiden tot werkgelegenheid in de zakelijke dienstverlening.
Het is voor de economische ontwikkeling van belang dat de maaksector zich in Twente handhaaft. Belangrijke voorwaarde hiervoor is de beschikbaarheid van voldoende en goed geschoold personeel.
In de maaksector is flexibiliteit van steeds groter belang. Medewerkers moeten zich instellen op wisselende werkzaamheden en nieuwe vaardigheden.
Bedrijven worden geconfronteerd met werknemers die steeds vaker wisselen van werkgever, veelal ook in een andere branche of sector.
Gezien de arbeidsmarktontwikkelingen is bij- en opscholing van zittend personeel steeds meer noodzakelijk. Bedrijven geven de ‘state of the art’ content aan: welke kennis en welke competenties zijn vereist voor excellente productontwikkeling, productieprocesontwikkeling en technische bedrijfsvoering.
In dit licht sluiten de bestaande opleidingen steeds minder aan bij de eisen vanuit de beroepspraktijk. Vanuit de werkgeversvereniging VMO is daarom een plan gepresenteerd waarbij opleidingstrajecten maximaal geïndividualiseerd worden en waarbij werknemers de mogelijkheid krijgen om scholing te volgen die optimaal aansluit bij hun carrièreverloop.
Voor bedrijven is het van belang hun nieuwe instroom van medewerkers te kwalificeren of het niveau van het zittende personeelsbestand te verhogen en aan te passen aan de eisen van de markt. Hiermee wordt het zicht op het personeel in het kader van HRM-beleid duidelijk en beïnvloedbaar.
Een groot deel van de scholingsactiviteiten is aftrekbaar voor de belasting (WVA) waardoor de kostenfactor kan worden gereduceerd.
Daar waar bedrijven en opdrachtenportefeuilles steeds veranderen, betekent dit ook dat de combinaties van Leren & Werken daar op aangepast worden en wordt er steeds opnieuw geïnvesteerd in samenwerking tussen het bedrijfsleven en het ROC.
Naast scholing van eigen personeel is de toestroom van goed opgeleide jongeren belangrijk. Studentengegevens uit de MBO en HBO geven echter aan, dat er steeds minder gekozen wordt voor ‘technische’ opleidingen, waardoor de personeelsvoorziening in de maaksector in het gedrang komt. Onlangs heeft een regionale werkgeversorganisatie al de noodklok geluid: wegens gebrek aan personeel zien bedrijven zich genoodzaakt om orders af te zeggen.
Binnen de verschillende sectoren is de vraag naar een hoger opleidingsniveau van zowel zittend personeel als ‘nieuwe instroom’ steeds meer expliciet.
Voor de sector Techniek is dit nader uitgewerkt in het onderzoek ‘Maakindustrie in Oost Nederland’ van Deloitte.
Uit dit onderzoek blijkt dat het in Twente relatief moeilijker is om in de Maaksector personeel op MBO- en HBO/WO- niveau aan te trekken dan in de rest van Nederland.
37 procent van de bedrijven in Twente kan onvoldoende tot geen MBO-ers vinden ten opzichte van 20,8 procent van de Nederlandse bedrijven. Voor HBO/WO-medewerkers liggen deze cijfers op 20 procent (Twente) en 16,7 procent (Nederland).
(bronnen: Onderzoek Maakindustrie Oost Nederland en Made in Holland V)